Wie twee bladblazers naast elkaar legt, wil één ding weten: welke blaast harder? Het lijkt een kwestie van het hoogste getal opzoeken. Maar de fabrikant geeft je drie verschillende getallen, in drie verschillende eenheden, en geen ervan is zomaar naast dat van een ander merk te leggen. De “krachtigste” uit een online ranglijst is daardoor vaak niet de krachtigste, maar de best geadverteerde. Het is de moeite waard om te begrijpen waarom.
Drie getallen die drie verschillende dingen meten
Blaaskracht in Newton (N) is de duwkracht van de luchtstroom, gemeten aan de uitgang. Het is het meest complete cijfer, want het vat snelheid én luchthoeveelheid samen in één getal — een beetje zoals de kracht waarmee de stroom een blad wegduwt. Juist daarom is het het eerlijkste vergelijkingsgetal. Alleen: lang niet elk merk geeft het — veertien van de zevenentwintig modellen in ons bladblazerveld geven een Newton-cijfer op: 32, 26, 21, 18,5, 17,7, 17, 15, 15, 15, 14,5, 10,9, 10,8, 6,5 en 3,8 N. Vijf daarvan komen van hetzelfde merk. De kolom ordent dus eerder wie het opschrijft dan wat de machines kunnen. Wat zij wél laat zien is hoe ver de uitersten uiteenliggen: 32 N bovenaan tegenover 3,8 N onderaan, ruim een factor acht. Dat laagste getal hoort bij een blaas-zuigcombinatie, en dat is een andere machine dan een pure blazer — al is het omgekeerde niet waar: een van de zuigers in ons veld geeft 15 N en zit daarmee in de middenmoot. De luchtsnelheden verbergen dit alles: op km/h ontlopen die machines elkaar nauwelijks.
Luchtsnelheid (kilometers per uur, of meters per seconde) is hoe snel de lucht de buis verlaat. Dit is het getal dat vrijwel elk merk wél geeft — en het getal waarmee de meeste verwarring wordt gesticht.
Luchtvolume (kubieke meters per uur) is hoevéél lucht er per tijdseenheid uit gaat. Een smalle, snelle straal en een brede, tragere stroom kunnen hetzelfde volume verplaatsen. Snelheid en volume zijn dus niet hetzelfde, en een hoog cijfer in de één zegt niets over de ander.
Waarom je ze niet tussen merken mag vergelijken
Zelfs als je je tot de luchtsnelheid beperkt — het enige getal dat iedereen geeft — liggen er drie valkuilen op de loer.
De eerste is de eenheid. Het ene merk noemt km/h, het andere m/s. Deel de km/h door 3,6 en je hebt m/s; pas dan vergelijk je appels met appels. Wie dat niet doet, vergelijkt een getal van rond de 200 met een getal van rond de 60 en trekt de verkeerde conclusie.
De tweede is de stand. Vrijwel elk opgegeven snelheidscijfer is het maximum — de hoogste stand, niet de stand waarop je doorgaans blaast. Reken de kopcijfers uit ons veld om naar dezelfde eenheid, allemaal op hun maximum, en het beeld kantelt:
| Model (kopcijfer) | Max. luchtsnelheid |
|---|---|
| Stihl BGA 60 — 69 m/s | 69 m/s (248 km/h) |
| Bosch 18V-130 — 245 km/h | 68 m/s (245 km/h) |
| EGO LB6150E — 67 m/s | 67 m/s (241 km/h) |
| Makita DUB187 — 64 m/s | 64 m/s (230 km/h) |
| Einhell GC-CL 18 — 210 km/h | 58 m/s (210 km/h) |
Fabrikantopgaven, geraadpleegd 20–21 juli 2026. Alle waarden zijn maximumstanden; de EGO is de opgave zónder kegelmondstuk.
Het verschil tussen “245 km/h” en “210 km/h” oogt groot, maar dat is 68 tegen 58 m/s — en allebei zijn het maxima uit de gunstigste stand. In m/s liggen alle vijf veel dichter bij elkaar dan de marketing-km/h suggereert.
De derde valkuil is het mondstuk. Elke fabrikant meet met zijn eigen mondstuk, en dat verandert alles: een smal mondstuk perst de lucht samen tot een hogere snelheid, een breed mondstuk laat meer volume door bij een lagere snelheid. De fabrikant kiest de opstelling die het gunstigst oogt. Het snelheidscijfer is dus een opgave in de gunstigste stand met het gunstigste mondstuk, geen meting onder een vaste, afgesproken conditie.
Hoe groot dat mondstukeffect is, laat EGO zelf zien. Voor dezelfde LB6150E geeft de fabrikant 67 m/s zonder en 76 m/s mét het kegelmondstuk — 241 tegen 274 km/h. Zelfde machine, zelfde stand, alleen een ander opzetstuk, en er zit negen meter per seconde tussen. Je hoeft ons dus niet op ons woord te geloven dat het mondstuk het cijfer stuurt: één fabrikant demonstreert het in zijn eigen specificaties.
Wie op het hoogste km/h-getal koopt, betaalt vaak voor een eenheid, niet voor een prestatie.

Er is geen norm die deze getallen controleert
Dat de cijfers zo lastig te vergelijken zijn, heeft een diepere oorzaak: er is geen gedeelde meetlat. Voor de luchtprestatie van bladblazers — blaaskracht, snelheid, volume — bestaat geen Europese norm. Geen EN, geen ISO, geen CEN-standaard legt vast hóe je die getallen meet, zodat het ene merk op dezelfde manier meet als het andere.
Dat is de kern van de zaak, en meteen de reden dat wij deze getallen niet cross-merk als ranglijst behandelen: ze zijn niet onder dezelfde condities tot stand gekomen, en niemand controleert ze. Een ranglijst suggereert een precisie die er niet is.
Twee normen die in koopgidsen opduiken — en die er niet over gaan
In koopgidsen circuleren twee normnummers alsof ze de blaasprestatie normeren. Dat doen ze geen van beide.

Wat je er dan wél mee doet
Betekent dit dat de getallen waardeloos zijn? Nee — ze zijn bruikbaar als je ze met een korrel zout leest. Gebruik de luchtsnelheid, omgerekend naar dezelfde eenheid en vergeleken in dezelfde (maximale) stand, als een grove indicatie van hoe krachtig een model is. Niet als ranglijst, wel als ordegrootte: een blazer van 58 m/s en een van 68 m/s zitten in dezelfde klasse; een verschil van een paar km/h tussen twee modellen zegt in de praktijk weinig.
En bedenk waar het echte verschil tussen twee accublazers meestal zit: niet in een paar km/h, maar in het gewicht (mét accu, niet de kale romp), de balans, het geluid (waar één cijfer wél een handtekening onder zich heeft) en het accuplatform waaraan je je bindt. Dat is de volgorde waarin je modellen weegt — en daarvoor staat onze gids over het kiezen van een accu bladblazer klaar. Wil je zien hoe dit uitpakt op echte modellen, dan legt onze vergelijking van zevenentwintig accu bladblazers ze naast elkaar — met per cel de bron, de stand en de peildatum erbij, en met de lege vakken zichtbaar in plaats van weggepoetst.
Waarop dit artikel steunt — en waar het vandaan komt. De omgerekende luchtsnelheden zijn fabrikantopgaven uit productpagina’s en handleidingen (geraadpleegd 20–21 juli 2026); het zijn maximumstanden, omgerekend naar m/s (km/h ÷ 3,6), met het uitdrukkelijke voorbehoud dat elke fabrikant met zijn eigen mondstuk meet — het zijn opgaven, geen genormeerde metingen. Dat de EGO LB6150E 67 m/s haalt zonder en 76 m/s mét kegelmondstuk (241 tegen 274 km/h) staat op EGO’s eigen productpagina, geraadpleegd 21 juli 2026; die twee cijfers naast elkaar zijn de scherpste illustratie van dat voorbehoud. Dat er geen Europese norm bestaat voor de luchtprestatie van bladblazers, dat de enige blaaskracht-norm (ANSI/OPEI B175.2) Amerikaans is met een niet-publieke meetprocedure, en dat de Europese normen die er wél zijn over veiligheid en geluid gaan, komt uit een controle van de publieke normcatalogi op 20 juli 2026. Dat ISO 11094 over geluid (akoestiek van tuinmachines) gaat en SAE J2973 over brandstoflekdichtheid — niet over blaasprestatie — komt uit de officiële titels van die normen. Dat veertien van de zevenentwintig bekeken modellen een Newton-cijfer opgeven, komt uit diezelfde fabrikantbronnen. De vijf modellen die op 2 september 2026 aan het veld zijn toegevoegd zijn op die datum geraadpleegd, de tien van 3 september 2026 op die dag, en de zeven van 4 september 2026, in twee rondes, op die datum. Wij meten niet zelf: wij ordenen wat fabrikanten opgeven en wat publiek over de normen te vinden is. Geraadpleegd juli 2026.
